De grote vragen

Wát maakt het leven echt de moeite waard? Die vraag stellen we elkaar te weinig. Wat geeft jou zin in het leven? Wat hoop je, wat vertrouw je, wat heb je lief? In deze rubriek De grote vragen leggen we zulke vragen voor aan jonge en oudere Amersfoorters. Grote vragen zijn van alle tijden en voor iedereen. Eenvoudige antwoorden zijn er niet—des te waardevoller is het om verschillende stemmen te horen, van bekende en minder bekende stadsgenoten.

Vandaag spreek ik met Hugo Graafland. We ontmoeten elkaar in de Amersfoortse Zwaan, op een mooie zonnige ochtend. Hugo is wijkverpleegkundige en nadert tot zijn eigen verrassing zijn pensioen. “Pensioen was altijd iets voor anderen: je ouders, ooms en tantes. En nu ben ik zelf aan de beurt.”

In zijn werk ontmoet hij veel mensen die leven met verslaving of andere kwetsbaarheid. Hij biedt zorg op maat. Menselijk contact en vriendschappen,    dat maakt voor hem het leven de moeite waard. Ieder mens heeft dat nodig. Verbonden zijn met anderen en je leefomgeving, dat loopt als rode draad door ons gesprek.

Hugo groeide op in een warm, orthodox gelovig gezin. In zijn puberteit werd hij angstig. Hij wist zich geen raad met het bestaan en kon daar thuis moeilijk over spreken. Die angst raakte ook aan zijn geloof. “Is het wel waar? Ga ik mee in dit verhaal?” vroeg hij zich af. Hugo besloot zelf de Bijbel te gaan lezen. Dat laatste werd een vertrouwd dagelijks ritueel.

Hij herinnert zich een zin die hem diep raakte: “Gods Geest verbindt zich met jouw geest.” Hij las het niet alleen—hij ervoer het ook. Een kostbaar moment. Vanaf toen groeide er een vanzelfsprekende verbondenheid: een besef van liefde, van wederkerigheid tussen God en hem. Gaandeweg raakte Hugo meer thuis in zijn bestaan. Het was een lange weg, maar één die hem veel bracht: een basaal gevoel van liefde, grond onder zijn voeten, vrijheid en vertrouwen.

Deze ervaring gaf hem moed om hulp te zoeken voor zijn angsten.

Als hij de zin van het leven in één zin zou moeten samenvatten, zegt hij:
“Zoals het is, heeft niet het laatste woord.”

Er komt een lied bij hem boven: “Maak mijn hart onrustig, God.” Het wakkert zijn idealisme aan—zijn verlangen naar sociale en ecologische gerechtigheid. “Er is zoveel onrecht, zoveel kwaad. Te midden daarvan wil ik een andere stem laten horen.” Dat doet hij concreet: hij loopt mee met de Rode Lijn en met klimaatmarsen, zet zich in voor de stichting Kennen en Kunnen. “In je relatieve machteloosheid kun je eigenlijk heel veel,” zegt Hugo. Je hebt altijd een keuze: heel dichtbij al in wat je consumeert, hoeveel je consumeert, hoe je leeft en met en voor wie je je tijd geeft.

En dan voegt hij glimlachend toe: “Koester ook je eigen inconsequenties.” We hebben ze allemaal, en daar mag je mild mee omgaan. Want het gevaar ligt op de loer om te fanatiek of juist cynisch te worden. De zin van Loesje—“Streef onbekommerd naar het ideale”—beschermt hem daarvoor.

Die onbekommerde levenshouding oefent Hugo in de natuur. Hij participeert in de buurtmoestuin van de Kruiskamp, is imker, telt vlinders en gaat de polder in om vogels te spotten. “De natuur helpt je om onbekommerd te zijn. Je mag ontvangen wat zich aandient—welke vogel, welke vlinder. We leven in een tijd van doelen en hoge verwachtingen. Ontmoetingen in de natuur bevrijden je daarvan.”

Wat hij hoopt, en ieder mens gunt, is dit: samen met anderen de wereld, in je eigen buurt, een beetje beter maken. Zoek het in het kleine, het concrete—en houd vol. Laat je niet afbrengen van een weg waarvan jij gelooft dat die goed is.

Ik dank Hugo voor deze ontmoeting—met een mens uit één stuk.

Stadsdominee Marleen Kool

Foto van Bastian Lievers via Unsplash

Start typing and press Enter to search