Veerbaarheid gevraagd  

Het is de rode draad voor ons programma dit jaar en het onderwerp waar we over spraken die zaterdagmiddag in de Zwaan: veerbaarheid. Een woord dat te denken geeft want in de Dikke van Dale vind je het niet. Weerbaarheid dàt wordt van ons gevraagd. Je moet je een beetje kunnen wapenen tegen onverwachte grote dingen. Zorg voor kaarsen, water, lucifers en een voorraadje voedsel in huis. Veerkracht hebben we ook nodig. Dat je terugveert of liever nog vooruit veert na moeilijke tijden. Veerbaarheid raakt aan die twee maar is wat zachter en raakt mogelijk een andere laag.

Ik moet denken aan zo’n duikelaartje dat ik vroeger had. Een duikelaartje met al het gewicht onder in de buik. Veerbaar genoeg om steeds weer terug te keren naar het midden. Zomaar een kinderspeeltje dat een weggetje wijst. Een belangrijk weggetje. Want, gaat het daar niet om? Om dat midden dat draagt. Als je daar wat vertrouwt mee bent, met die basis in je lichaam, dan kun je daar altijd naar terugkeren. Dat geeft je stevigheid. Daar leer je te dragen, zo leerde ik in mijn opleiding tot haptotherapeut.

Een hele kunst hoor, luisteren naar je gevoel, terugveren naar je basis in een tijd waarin we vooral op ons denken worden bevraagd. En hoe doe je dat als je bodem niet zo sterk is aangelegd? Als je geen veilige grond onder je voeten had of hebt om in te wortelen?

Ik herinner me de vrouw die het als kind niet goed genoeg kon doen en worstelt met haar vertrouwen. Of de zoon die de dromen van zijn vader moet zien te verwezenlijken. Hij loopt altijd gebogen. Ik denk aan haar, die geen veilig thuis had voor wie het leven nog altijd meer overleven dan leven is.

Om het kwetsbare heen durven staan – de pijn, het gemis niet wegdrukken er voorzichtig laten zijn- misschien dáár groeit veerbaarheid. Dat je voorzichtig opstaat omdat er iets of iemand is die je moed geeft.

Veerbaarheid is relationeel, zo zeiden we tegen elkaar die zaterdagmiddag in de Zwaan.

Kauwend op dat nieuwe woord keken we met elkaar naar de expositie ‘Ik leef, ik draag, ik groei’. Prachttekeningen van Monique Beumer zijn het. Ze vertellen van haar leven. Haar ervaringen en gevoelens. Haar beelden raken aan die diepere kwetsbare laag. Die in ieder leven aanwezig is. Soms zorgvuldig verstopt. Samen kijken naar een beeld, geeft ruimte en veiligheid merkten we.

Er werden persoonlijke verhalen gedeeld. En we voelden dat het waar was. In goede verbondenheid kom je pas echt tot leven, leer je te dragen en krijg je ruimte om te groeien. Het maakt vast wat veerbaarder als je gezien wordt. Echt gezien. En dat het dan goed is omdat aan het licht mag komen wat er is. Ook als het niet zo mooi, schoon of vitaal is. Laten we wat zachter omgaan met elkaar. Elkaar vleugels geven. Het is nodig. Daarom: veerbaarheid gevraagd.

 

Marleen Kool
Als Stadsdominee verbonden aan de Amersfoortse Zwaan

Start typing and press Enter to search